Herwijnen en Zuilichem

Herwijnen en Zuilichem liggen, gescheiden door de Waal, zichtbaar tegenover elkaar. De rivier vormt hier een natuurlijke grens, een scheiding tussen beide oevers en daarmee een scheiding tussen de dorpen die aan weerszijden van de Waal liggen.

Aan Weerszijden haalt de verschillende perspectieven en ervaringen naar boven die mensen hebben van hun overburen aan de andere kant van de Waal. Wat weet Zuilichem van Herwijnen? Hoe ziet Herwijnen Zuilichem? Waarover spreken zij elkaar?

Tekst, muziek en enscenering worden ontwikkeld in interactie met de deelnemers en het landschap. De scènes staan van te voren niet vast, maar worden ontwikkeld op basis van persoonlijke verhalen en simpele improvisatie opdrachten. Een componist werkt met de twee groepen deelnemers aan een muzikale dialoog tussen de twee oevers. Het co-­creatieproces staat centraal. Het gaat om meedoen en meespelen, om een gezamenlijke creatieve ervaring. De deelnemers staan dichtbij het artistieke proces. Dat inspireert!

Middels interviews met drie generaties bewoners brengen we de verhalen tussen beide oevers naar boven en worden deze als dialoog vormgegeven in een voorstelling. In elk dorp interviewen we de oudere generatie en vragen naar grensoverschrijdende verhalen die betrekking hebben op de binding met de overkant en vragen we de tweede generatie hoe zij dit hebben ervaren. Welke herinneringen zijn er aan de rivier en de overzijde? Hoe is het beeld van de overkant in de loop der tijd veranderd? Hoe kijk je naar de ander? Wat voor invloed heeft de rivier op de mensen? Hoe dichtbij of hoe ver weg is de overkant? Daarna gaan we met kinderen in elk dorp onderzoeken wat zij weten over de andere zijde, welke verhalen zij kennen en wat hun toekomstdromen zijn.

De interviews zetten we om in teksten en beelden, maar ook gaan we de dialogen filmen en de beelden gebruiken in de voorstelling. We scheppen een beeld van de oevers door drie generaties heen; verleden, heden en toekomst. Dit en de verhalen die we gaan verzamelen, opnemen en filmen vormen het materiaal voor de voorstelling.


Op beide oevers bouwen we van steigerplanken platforms, die in hoogte verschillen en waarvan één gedeelte verdwijnt in het water. Het publiek zit op blokken rondom de platforms waarop de spelen. Het videoscherm wordt achter het linker platform opgesteld.
Aan de overkant, op de andere oever, staat dezelfde setting, zodat beide schermen in een diagonaal tegenover elkaar komen te liggen. Wat zich afspeelt aan de ene zijde, wordt geprojecteerd in beeld en geluid aan de andere zijde en visa versa

We werken met twee acteurs, één op elke oever, en een groep van spelers uit elk dorp. Dit kunnen mensen van een toneelvereniging zijn, koorleden, maar ook mensen zonder podiumervaring. We werken met de inwoners in wie ze zijn en laten ze dichtbij zichzelf staan.
De acteurs spreken de teksten die geschreven worden op basis van de interviews en gaan met elkaar en de groep deelnemers in dialoog.

Live geluid en filmbeelden gaan over en weer, halen de overkant dichtbij of houden haar op afstand. Met tekst, beweging, licht, geluid en projectie creëren we een theatrale dialoog tussen de twee oevers, waarin heden en verleden, afwezigheid en aanwezigheid, werkelijkheid en fictie naast elkaar staan. Een dialoog waarin mensen zich openen naar de rivier en kijken naar de overkant.

Deelnemers en publiek worden uitgedaagd om op een andere manier naar hun omgeving te kijken en daar betekenis aan te geven. Zo ontstaan ook nieuwe verhalen die beide oevers verbinden.